Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BA2477

Datum uitspraak2007-04-05
Datum gepubliceerd2007-04-10
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Amsterdam
Zaaknummers23-005452-06
Statusgepubliceerd


Indicatie

Hoewel de uit het opsporingsonderzoek naar voren gekomen feiten en omstandigheden voldoende zijn voor een redelijke mate van verdenking in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering, en deze ten aanzien van de voorlopige hechtenis van verdachte ook ernstige bezwaren opleverden, is op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting thans onvoldoende vast komen te staan dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de hem verweten openlijke geweldpleging. Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.


Uitspraak

arrestnummer: parketnummer: 23-005452-06 datum uitspraak: 5 april 2007 TEGENSPRAAK ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Amsterdam van 10 november 2006 in de strafzaak onder de parketnummers 13-447228-06 en 13-441437-05 (TUL) van het openbaar ministerie tegen [verdachte] Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg van 10 november 2006 en op de terechtzitting in hoger beroep van 22 maart 2007. Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding. Van die dagvaarding is een kopie in dit arrest gevoegd. De daarin vermelde tenlastelegging wordt hier overgenomen. Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest het hof deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de eerste rechter. Vrijspraak De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de kinderrechter in eerste aanleg opgelegd. Ook heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de tenuitvoerlegging zal worden gelast van de voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 15 uren (parketnummer 13/441437-05). Hoewel de uit het opsporingsonderzoek naar voren gekomen feiten en omstandigheden voldoende zijn voor een redelijke mate van verdenking in de zin van artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering, en deze ten aanzien van de voorlopige hechtenis van verdachte ook ernstige bezwaren opleverden, is op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting thans onvoldoende vast komen te staan dat verdachte een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de hem verweten openlijke geweldpleging. Naar het oordeel van het hof is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling De officier van justitie in het arrondissement Amsterdam heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van het onherroepelijk geworden vonnis van de Kinderrechter te Amsterdam van 16 september 2005, in de zaak met parketnummer 13-441437-05, waarbij de verdachte ter zake van een door hem gepleegd strafbaar feit onder meer is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 15 uren, bij niet (naar behoren) verrichten te vervangen door 7 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van twee jaren vóór het einde waarvan, kort samengevat, de verdachte zich niet behoorde schuldig te maken aan een nieuw strafbaar feit. Nu verdachte zal worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging afwijzen. Beslissing Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht. Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij. Wijst af de vordering van het openbaar ministerie Amsterdam van 22 maart 2006, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter te Amsterdam van 16 september 2005 met parketnummer 13-441437-05 voorwaardelijk opgelegde werkstraf voor de duur van 15 uren, bij niet (naar behoren) verrichten te vervangen door 7 dagen jeugddetentie. Dit arrest is gewezen door de 6e meervoudige strafkamer van het gerechtshof te Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.G.B. Heutink, mr. M.M.H.P. Houben en mr. C.J.D. Waal, in tegenwoordigheid van mr. M.E.P. Bons, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 5 april 2007. Mr. Waal is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.